Smeerenburg 79° 40' - 11°

Smeerenburg ligt op Amsterdameiland. Voor zover met weet is  Amsterdameiland zo genoemd omdat de Noordtsche Compagnie die hier zijn blubberovens had, zijn thuis in Amsterdam had. Smeerenburg betekent zoiets als Blubber-stad (blubber is het vet van een walvis). In Smeerenburg hadden verschillende steden hun traankokerij. Amsterdam had er 2, andere steden zijn: Rotterdam, Hoorn, Middelburg, Enkhuizen, Delft en waarschijnlijk Veere & Zaanland.

Blubberoven

Omdat ze meer produceerden dan ze in 1 zomer konden transporteren lieten ze de rest staan voor de volgende zomer. Helaas voor de Hollanders waren er voorbijgangers en andere geïnteresseerden die deze vaten tussentijds roofden. Om dit te voorkomen bleef op 30 Augustus 1633 bevelhebber Vander Brugge achter met 6  man. Zij verzamelden al het verse voedsel dat ze konden vinden, en begonnen elke ochtend en avond met een Psalm en een gebed voordat zij gingen eten. Op 2 september maakten zij het plan, dat als zij andere schepen zouden zien, ze vuur zouden maken in alle huizen zodat rook zichtbaar is, de vlaggen zouden hijsen, veel kabaal zouden maken en schoten zouden afvuren op het strand terwijl ze er achter probeerden te komen van welke nationaliteit het schip is. Ze vulden hun tijd met wachtlopen, vissen, jagen en het zoeken naar Lepelblad (goed tegen scheurbuik door hoge concentratie van vitamine C), wat zij vonden op drie plaatsen, die ze de Salaet-heuvels noemden. Begin oktober zagen zij de vogels vertrekken, half oktober viel de koude in. De 15e klommen ze op een heuvel om de laatste glimp van de zon te zien. 2 weken later zagen ze de eerste IJsberen en de laatste walvissen verdwenen kort daarna. Enkele berengevechten volgden en het noorderlicht verwonderde hen. Ze vingen vele vossen omdat het vlees goed was, vooral klaargemaakt met pruimen en rozijnen. 7 maart werd er nog een walrus gevangen en 1 mei vierden ze het Spitsbergencarnaval. Tegen die tijd kwamen de eenden terug en kregen de mannen het drukker met het doden van beren, walrussen zeehonden en vogels. Eindelijk op 27 mei 1634 kwam een sloep de haven binnen, gestuurd door de bevelhebber van Robbe Baai. Hijzelf kwam de volgende dag en 5 schepen volgen spoedig. De 7 overwinteraars werden in goede conditie gevonden. Elke dag waren zij omgeven door de angsten van het onbekende; maar moedige en actieve mannen met een goede leider geven niet op en geven geen ruimte aan de afschuwelijke nietsdoenderij!

'Ter Walvisvaart'
schoolplaat van Wolters-Noordhoff door Cornelis Jetses (1873 - 1955)

Nadat dit verhaal bekend werd was het niet moeilijk om vrijwilligers te vinden voor de volgende winter in Smeerenburg. Op 11 september 1634 werden de gekozen 7 mannen achtergelaten in de ‘tent’van Middelburg. Deze mannen bleken minder initiatief te tonen. Ze jaagden niet op rendieren en zochten niet naar lepelblad. 24 November werd de eerste scheurbuik geconstateerd, het enige dat ze nog konden doen was elkaar moed inspreken met de hoop dat God voor vers voedsel zou zorgen. 24 December verwondden ze een beer, maar waren te zwak om hem te doden. Vanaf die dag waren ze ten dode op geschreven. De eerste stierf  op 14 januari en 2 volgden er de dagen daarop. De overlevenden zagen de zon weer op 24 februari. De 26ste hebben zij hun laatste notitie gemaakt:,, De 4 van ons die nog leven, liggen plat op de grond in onze hut…. We brengen onze tijd door met bidden en smeken om Gods genade om ons uit dit lijden te verlossen, klaar wanneer Hij ons tot zich wil nemen.”

Allen zijn dood aangetroffen toen de schepen de volgende zomer terugkwamen.